Toelichting
De milieukostenindicator (MKI) geeft inzicht in de milieu-impact van een bouwmateriaal. Hoe lager de MKI score, hoe lager de milieu impact. Door te gunnen op een lagere MKI, sturen we op zo min mogelijk milieu-impact.
Het ministerie van Infrastructuur is voornemens de MKI vanaf 2028 te gebruiken om meer dwingend te sturen op het verlagen van de milieu-impact in de GWW sector. Het gunnen op MKI wordt dan bij grote projecten wettelijk verplicht.
Impact
Met het gunnen op een lage MKI, zijn de marktpartijen vrij om een duurzame oplossingsrichting te kiezen. Op korte termijn zijn het vergroten van het aandeel recyclaat (PR) en het verlagen van de temperatuur belangrijke maatregelen om de MKI te verlagen, die daarom ook door opdrachtnemers aangeboden zullen worden. Op langere termijn kan onder andere ook gestuurd worden op het gebruik van alternatieve (biobased) grondstoffen en duurzame energiebronnen in de asfaltcentrale.
Risico’s
Het subgunningscriterium MKI wordt al geruime tijd toegepast. Hieraan zijn geen directe risico’s verbonden. Wel vergt het beoordelen van een projectspecifieke MKI de nodige kennis en is het van belang dat ook na gunning gemonitord wordt of de aangeboden MKI gerealiseerd wordt.
Pianoo heeft een vernieuwde handreiking (2024) opgesteld die publieke opdrachtgevers helpt met inkopen met MKI. MKI als gunningscriterium is onderdeel van deze handreiking.
Gunningscriterium
Korting op de inschrijfprijs
Het subgunningscriterium ‘kwaliteit’ kan op verschillende manieren worden gewogen. Eén manier is deze toe te passen als ‘fictieve korting’ op de inschrijfsom. De MKI wordt eerst vermenigvuldigd met een wegingsfactor en vervolgens omgerekend naar een korting op de inschrijfprijs. Hierbij wordt soms gebruik gemaakt van een boven- en / of ondergrens.
Optellen bij de inschrijfprijs
Een andere optie is om de MKI eerst te vermenigvuldigen met een wegingsfactor en deze vervolgens op te tellen bij de inschrijfprijs. In beide gevallen is een lage MKI in het BPKV-model gunstig voor inschrijvers. Beide methoden zijn goed. Het optellen van de MKI bij de inschrijfprijs wordt ook wel de MKI-Waardering genoemd, oftewel MKI-W. Deze term is geïntroduceerd door Rijkswaterstaat. Het optellen van de MKI bij de inschrijfprijs resulteert als het ware in ‘true pricing’. Hierbij worden niet alleen de economische kosten meegewogen maar ook de doorgaans verborgen kosten die ten deel vallen aan de maatschappij zoals uitputting van grondstoffen en schadelijke milieueffecten. Uitgebreide toelichting en concretere uitwerking van MKI als subgunningscriterium staat in de hierbovengenoemde handreiking van Pianoo.
Weging MKI / duurzaamheid
De handreiking van Pianoo geeft geen expliciet advies over weging van de MKI als gunningscriterium. Wel staat in de handleiding: “Bepaal de MKI-stimulering bij voorkeur als organisatie en stel deze langdurig vast. Zorg dat de hoogte van de MKI-stimulering gekozen is op basis van de meerkosten voor het implementeren verduurzamingsmaatregelen, de huidige voetafdruk, de ambities van de organisatie en resultaten van eerdere projecten waarin de MKI een rol heeft gespeeld.”
De provincie Noord-Brabant maakt in het Uitvoeringskader Innovaties en Duurzaamheid in Infrastructurele Projecten wel een duidelijke keuze:
De kern van de Brabantse aanpak is dat we duurzaamheid zwaar laten meewegen bij de gunning van opdrachten aan de markt. Binnen infrastructurele projecten wordt een aanbesteding gegund op basis van prijs (40%) en kwaliteit (60%). Op gebied van duurzaamheid passen we twee kwaliteitscriteria toe: namelijk MKI en circulariteit. Deze twee criteria vormen samen minimaal 40% en maximaal 60% van het aspect kwaliteit. De inschrijfleidraad van de aanbesteding Groot Onderhoud Reusel-A67 (te vinden onder documenten) bevat een uitwerking van MKI als gunningscriterium van de Provincie Brabant.
Monitoring
De handreiking van Pianoo bevat ook een stappenplan voor de monitoring van de gerealiseerde MKI